Woppie keek rond zich en zag plots de stoere jager achter hem passeren. Hij zag er heel sterk en gespierd uit. Hij zou Sneeuwwitje wel kunnen redden dacht Woppie. Woppie sprong naar de jager toe en hield hem tegen. “Help ons! Sneeuwwitje is in gevaar! De boze stiefmoeder gaat Sneeuwwitje vergiftigen met een appel. Hou haar tegen!” riep Woppie vol paniek tegen de jager.

“DE BOZE STIEFMOEDER?!” riep de jager bang. “Ik ben b..b..b..bang van haar. Ik ben b..b.. bang van iedereen en alle dieren. Ik kan tok..tok.. het niet. Ik ben tok .. tok slechte tok.. tok jager. TOK-TOK!” De jager veranderde plots in een bange kip. Hij rende weg zo snel als hij kon. Uit angst legde hij wel zeker 10 eieren. Bange-Kip-Eieren noemde Woppie ze. “Waarom hebben we een stoere jager in het verhaal als hij bang is van alles en iedereen en hij dan steeds veranderd in een kip? vroeg Woppie zich af.

Met volle snelheid sprong Woppie naar het huis van Sneeuwwitje. De boze stiefmoeder had al op de deur geklopt en Sneeuwwitje deed net de deur open. “STOOOOPPPPP!!” riep Woppie heel luid. Iedereen keek achter zich om te zien vanwaar dat geschreeuw kwam. Woppie duwde een paar dwergen opzij en stond recht voor Sneeuwwitje. Ze droeg een geel bloesje met een blauwe strakke jeans en rode hoge hakken.

“Zij gaat je vermoorden met een vergiftigde appel. Je zal één hap nemen van die appel en je zal dood neervallen op de grond. Ze heeft die appels in haar mandje vergiftigd.” Woppie wees naar de rieten mand dat het oude vrouwtje vast hield.

WORDT VERVOLGD…

No responses yet

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *