Ze waren doodop. Ze leunden alle twee tegen de glazen kist waar Sneeuwwitje in lag. Alle dieren treurden om haar. Woppie draaide zich om en keek naar Sneeuwwitje. “Wat is ze mooi, zelfs nu, terwijl ze dood is blijft ze wondermooi. Misschien ben ik wel haar prins of kangoeroe op het witte paard.” dacht hij.

“DE PRINS!” Woppie sprong recht. “De prins moet haar kussen. Alleen dan leeft ze weer. Maar waar vinden wij de prins? Misschien heeft hij een relatie met de boze stiefmoeder?”

“Nee, dat kan niet. Hij moet hier ergens zijn. Ik weet waar hij met zijn paard rijdt in het bos. Kom ik breng ons daarnaar toe zodat hij haar ziet en haar kan kussen. Een ware liefdeskus kan haar weer tot leven brengen.” zei Malinda. “Wat romantisch.” dacht Woppie. Malinda draaide een paar salto’s van geluk hoog in de lucht.

“Een mooie plek in het bos
zonder mos of met een vos
Een plek zo mooi waar niemand komt
waar geen enkel monster gromt
Een plek zo rustig en zo knus
Waar de prins zijn liefde kan bezegelen met een liefdeskus”

WORDT VERVOLGD…

No responses yet

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *