Woppie en Malinda liepen naar Roodkapje toe. “Roodkapje, Roodkapje, wacht op ons!” Riep Woppie. Roodkapje stopte en draaide haar om. Ze keek boos naar Woppie en Malinda. “Wie zijn jullie?” vroeg ze heel boos.

Woppie vroeg aan Roodkapje; “Waarom heet je Roodkapje als je mantel met een kapje helemaal niet rood is?” Roodkapje antwoordde; “Mijn mantel veranderd in alle kleuren behalve in het rood. Dus omdat rood het enige kleur is waar mijn mantel niet in veranderd, noem ik mezelf Roodkapje.

Woppie en Malinda liepen met Roodkapje mee. Plots zag Woppie de wolf zich verstoppen achter een boom. De wolf zag dat Woppie keek en legde zijn wijsvinger op zijn mond als teken dat Woppie niet mocht zeggen dat de wolf daar verstopt zat. De wolf droeg een rode bontjas.

“De wolf! Roodkapje pas op! Hij zit achter die boom!” riep Woppie. Roodkapje draaide haar om en haalde een geweer uit haar mandje. Woppie en Malinda schrokken. “Wat zit er allemaal in dat mandje?” vroegen ze. “Fruit om genoeg energie te hebben.” Antwoordde Roodkapje sarcastisch. De wolf begon te lopen en Roodkapje liep achter hem aan. Roodkapje begon te schieten op de wolf met zijn rode bontjas, maar ze miste hem net. De wolf rende voor zijn leven. Hij was doodsbang van Roodkapje.

“Waar zijn ze nu?” vroeg Woppie. Ze waren niet alleen Roodkapje en de wolf kwijt maar ze waren ook verdwaald in het bos. Ze liepen verder en na een heel eind te hebben gewandeld vonden ze Roodkapje weer. Ze liepen naar haar toe.

WORDT VERVOLGD…

No responses yet

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *